Succesvol onderwijs heeft niets met ‘hoog’ en ‘laag’ te maken

Door: Thom van Duuren – 23 december 2020

In de aangrijpende documentaireserie Klassen zien we de wethouder van Onderwijs in Amsterdam Marjolein Moorman haar gezinsleven opofferen voor dat ene doel: de kansenongelijkheid in het onderwijs tegengaan. Dit is inderdaad een groot probleem. Leerlingen van wie de ouders ‘lager’ opgeleid zijn hebben niet dezelfde ondersteuning als hun leeftijdsgenoten met ‘hoogopgeleide’ ouders. Zelfs als de cito-toets wél een hoger advies rechtvaardigt, krijgen deze kinderen het niet. Deze scheefgroei valt niet het overwerkte en ondergewaardeerde docentencorps aan te rekenen. Of de ouders die nou eenmaal het beste voor hun kind willen. Nee, erkent ook de wethouder, het is het systeem dat ondanks ingebouwde ‘gelijkmakers’ als de cito-toets kansengelijkheid en sociale mobiliteit in de weg staat.

Alle inzet en goede bedoelingen om de kansenongelijkheid aan te pakken ten spijt zijn er twee onderliggende problemen die veel minder aandacht krijgen terwijl ze minstens zo bepalend zijn voor iemands schoolsucces én, belangrijker nog, maatschappelijke waardering.

Ten eerste, waarom al zo jong zo streng selecteren aan de poort? Er is geen enkel onomstotelijk argument of wetenschappelijk bewijs dat leerlingen reeds op hun elfde dusdanig rigide ingedeeld moeten worden. Natuurlijk, het geeft een bepaalde zekerheid en houvast om te weten waartoe je geacht wordt in staat te zijn. De nadelen zijn echter onevenredig veel groter: groep 8-leerlingen die gebukt gaan onder enorme druk, een zelfbeeld dat valt of staat met je advies en een toenemend aantal categorale scholen waarbij leerlingen steeds minder in contact komen met leeftijdsgenoten die een ander schooladvies of culturele achtergrond hebben.

Het is dus verstandig om leerlingen een veel langere aanloop te gunnen alvorens een ‘definitief’ oordeel te vellen over hun niveau. Op deze manier wordt er meer rekening gehouden met wat iedereen allang weet: dat elke leerling haar eigen, niet-lineaire ontwikkeling doormaakt.

Nog belangrijker is het om vraagtekens te zetten bij wat we verstaan onder succesvol onderwijs. Is het doel om zoveel mogelijk kinderen zo ‘hoog’ mogelijk af te laten studeren? Of om leerlingen voor te bereiden op de samenleving en een passende vervolgopleiding? Vooralsnog is alles gericht op het eerste, wat voortkomt uit een maatschappelijke overschatting én overwaardering van de kennismaatschappij en beroepen die worden voorbereid in het ‘hoger’ vervolgonderwijs.

Uiteraard is wetenschap en innovatie van levensbelang voor de samenleving, maar dat zijn jeugdwerkers, onderwijzers in het primair onderwijs, zorgmedewerkers en elektriciens óók. Sterker nog, sommige doorgaans ‘hoogopgeleide’ juristen, accountants en marketing-strategen verdienen hun aanzienlijke boterham met ronduit schadelijk werk, zoals het faciliteren van belastingontwijking of door het maken van manipulatieve kindermarketing voor ongezonde producten.

Het wordt dus de hoogste tijd om de termen ‘hoger’ en ‘lager’ onderwijs te vervangen met bijvoorbeeld ‘theoretisch’ en ‘praktisch’. Daarnaast moeten we onze obsessie met ‘theoretische’ (vervolg)opleidingen loslaten en inzetten op onderwijs dat beter aansluit bij, en voorbereid op, de kwaliteiten van de individuele leerlingen. Een uitgestelde niveaubepaling creëert weer meer ruimte om leerlingen met verschillende achtergronden met dezelfde stof, en elkaar, in aanraking te laten komen. De recent zo vaak aangehaalde burgerschapsvorming heeft in een dergelijke setting waarschijnlijk veel meer effect. Pas later scheiden de wegen, maar niet voordat leerlingen van een breed palet aan vakken kennis hebben genomen, kans hebben gekregen zich verder te ontwikkelen én al een rijper beeld van hun kwaliteiten en interesses hebben.

Natuurlijk moeten we kansenongelijkheid met hand en tand bestrijden, maar laten we vooral niet vergeten wat we onze groep 8-leerlingen jaarlijks onnodig aandoen met de hysterie rondom het schooladvies. Nog veel ernstiger is echter de maatschappelijke en financiële overwaardering van theoretisch vervolgonderwijs in een samenleving waarin vooral praktisch geschoolde mensen ons door deze coronacrisis slepen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s